Recyclen voor gevorderden

De circulaire economie: Niets meer de vuilnisbelt op.

Grondstoffen raken op of zijn steeds moeilijker te winnen. Tegelijkertijd groeit wereldwijd het aantal mensen dat hoogwaardige producten kan betalen. Met andere woorden: binnenkort is het gedaan met de consumptiemaatschappij. Tenzij we zo’n beetje alles opnieuw leren gebruiken. 

Elk jaar wordt er zo’n 65 miljard ton aan ruw materiaal uit de aarde gehakt en gepompt. Intussen gooien consumenten afgedankte producten – en daarmee een hoop van datzelfde materiaal – zonder pardon weer in de vuilnisbak. Oké, in Nederland recyclen we veel afval, maar nog lang niet alles. Recycling kost bovendien een boel energie; energie die meestal uit grondstoffen als olie of steenkool wordt gehaald. Geen probleem: dan delven we toch vrolijk door? Dat was inderdaad lang de praktijk, maar die zorgeloze dagen lopen ten einde.

Het kost namelijk steeds meer energie en geld om bepaalde grondstoffen te winnen. En dan mag je nog blij zijn dat je ze überhaupt hebt. De Europese Unie zit wat dat betreft in de penarie. Frankrijk heeft wat eilanden in de Stille Zuidzee waar mineralen te halen zijn en de Finnen kunnen in eigen land hout hakken en diverse metalen ontginnen. Maar een vetpot is het niet. Hierdoor is ons continent afhankelijk van andere landen, zoals het grondstofrijke Brazilië. Maar het kan zomaar dat die op een gegeven moment voor de keuze komt te staan om zijn eindige hoeveelheid materialen zelf te gebruiken, of ze aan Nederland te verkopen. Reken maar dat de Brazilianen dan voor zichzelf kiezen. Een vervelend toekomstbeeld.

En het wordt nog vervelender als je weet dat de wereldbevolking tot minstens het einde van deze eeuw blijft groeien. Daarnaast kunnen steeds meer aardbewoners zich een hogere levensstandaard veroorloven, wat de enorme druk op de hoeveelheid grondstoffen alleen maar verder vergroot. Een echt doemscenario dus. Gelukkig is er redding mogelijk: de circulaire economie.

Printer te huur

In een circulaire economie wordt slim omgegaan met grondstoffen. Dit in tegenstelling tot de huidige manier van produceren, waarbij bedrijven producten maken die ze verkopen, laten gebruiken en laten weggooien. De circulaire economie is bedoeld om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en de waardevernietiging te minimaliseren. Bedrijven produceren nog steeds, maar zorgen ervoor dat ze de materialen goed in het oog houden. Als de consument een product niet meer wil, neemt het bedrijf het met alle liefde weer in. In de meest ideale situatie verkoopt het dat afdankertje meteen door aan een ander. Elke aanpassing van het product kost namelijk energie.

Een goed voorbeeld van circulaire economie is printerbedrijf Canon Nederland (voorheen Océ). Het verkoopt geen printers, maar verhuurt de apparaten aan grote bedrijven. De printer blijft van Canon en de materialen die erin zitten dus ook. Canon maakt printers die lekker lang meegaan. Regelmatig komt de reparateur langs om de apparaten te onderhouden, wat de levensduur nog vergroot. Mocht een printer onverhoopt toch het loodje leggen, dan hergebruikt Canon de onderdelen. Zo kan de nog werkende motor van een kapotte printer jaren verder in een andere printer. Dit is een wereld van verschil met het simpelweg verkopen van producten. Als de gebruiker het ding dan zat is en op straat zet, gaan de kostbare materialen voor de producent verloren.

Als een bedrijf echt niets meer met een onderdeel van een product kan, recyclet het de materialen. Bestaat het product uit een hernieuwbare grondstof – bijvoorbeeld een tas van PLA, een type plastic gemaakt uit maïs – dan kun je het aan het einde van zijn leven altijd nog composteren. De allerlaatste optie is verbranding van de materialen om elektriciteit te produceren.

Kers op de taart: er zit een hoop geld in de circulaire economie, zegt de Ellen MacArthur Foundation. Deze Britse organisatie berekende dat Europese bedrijven alleen al er minstens 290 miljard euro aan kunnen verdienen. Dit komt doordat ze lagere grondstofkosten hebben en minder hoeven te produceren. Volgens TNO is het bedrag voor Nederland zo’n 7,3 miljard euro.

ask-nature-Brewery

Door materiaal- en energiestromen te verbinden creëer je een closed loop bierbrouwproces.
Afbeelding door Ask Nature.

Biogas en veevoer

Een rooskleurig verhaal. Of valt het in de praktijk wellicht toch tegen? Ton Bastein, die bij TNO de circulaire economie onderzoekt, zegt dat er inderdaad wat addertjes onder het gras zitten: “We moeten realistisch zijn. Sommige bedrijven kunnen inderdaad op de lange termijn geld verdienen aan de circulaire economie, maar op de korte termijn moeten ze vooral veel geld investeren.” Dat klinkt al een stuk minder aantrekkelijk. Ook is circulair werken niet voor alle bedrijven weggelegd. Neem het verhuren van producten als bedrijfsmodel. Natuurlijk huur je een parketschuurmachine die je eens in de vijf jaar gebruikt. Maar de auto waarin je dagelijks naar je werk rijdt, deel je toch liever niet met anderen. De Ellen MacArthur Foundation kwam ook tot die conclusie. Toch zijn er volgens deze stichting wel degelijk bedrijfstakken die echt kunnen profiteren van de circulaire economie. Neem bijvoorbeeld het ophalen van voedselresten. Door die te verzamelen en te vergisten, maak je biogas. Dit biogas is een bruikbaar alternatief voor onze eindige hoeveelheid aardgas en wat er overblijft, stop je gewoon weer in de grond. Helaas laat het rendement van de huidige biovergisters nog wel wat te wensen over.

Ook het brouwen van bier kan meer circulair: door de granen die tijdens het productieproces zijn gebruikt als veevoer aan boeren te leveren. Ten slotte is er een buitenkansje voor de textielsector. Die kan kledingstukken die niet meer bruikbaar zijn uit elkaar en het materiaal vervolgens opnieuw gebruiken. Dit doet het merk Mud Jeans.

Voorlopersfunctie

Voor sommige bedrijven is het dus erg handig om circulair te worden. De volgende vraag is: kunnen ze dat ook? Het terughalen van producten is voor kleine bedrijven bijvoorbeeld haast niet te doen. Stel je voor dat ze allemaal vrachtwagens moeten kopen om in het hele land producten in te zamelen…

Juist daar ziet Benjamin Sprecher, onderzoeker bij afvaldienstverlener Van Gansewinkel, een grote kans. ” Wij rijden toch al rond om afval op te halen. Voor bedrijven die te klein zijn om zelf hun producten terug te halen, kunnen wij prima de logistiek regelen.” Van Gansewinkel geldt dan ook als een voorloper op het gebied van de circulaire economie.

Pionieren is echter niet altijd makkelijk, zoals blijkt bij het recyclen van magneten uit harde schijven. Sprecher: “Dat magneetje is gemaakt van het zeldzame aardmetaal neodymium en is na het weggooien van de harde schijf herbruikbaar. Hiermee voorkom je de enorme milieubelasting van de productie van een nieuwe magneet. Het probleem is alleen dat bijna elk magneetje een andere vorm heeft. Daarom willen fabrikanten dit soort tweedehandsmagneten niet. Ze zouden dan voor elke variant een andere behuizing moeten ontwerpen en dat is niet haalbaar.”

De moraal van dit verhaal? Als de ontwerper meteen de opdracht had gekregen om een product te maken dat geschikt is voor de circulaire economie, had er een heel andere harde schijf gelegen – eentje die zonder moeite openspringt, waarna er een standaardmagneet uitrolt. Zo’n harde schijf is er nu nog niet. Wanneer kunnen we hem, en andere circulaire producten, wél verwachten? Sprecher: “Als de grondstofprijzen nog verder omhoog gaan, wordt een circulaire manier van produceren interessant voor meer bedrijven.” Zolang de grondstofkosten namelijk laag zijn, is het voor een bedrijf vaak winstgevender om producten op de oude manier te maken en te verkopen. Maar bij alsmaar stijgende prijzen zullen ze de materialen juist willen hergebruiken.

Tomra_820

Statiegeld op elektronica?

Daarnaast zou het helpen als de overheid de circulaire economie een duwtje in de rug geeft, door bijvoorbeeld regelgeving en het stimuleren van onderzoek. Maar willen regeringen die moeite nemen? Het lijkt er wel op. Zo legde de Europese Unie haar lidstaten op om een bepaald percentage gerecycled materiaal te gebruiken voor produetiedoeleinden. De Duitse bondskanselier Angela Merkel stampt onderzoeksinstituten uit de grond om meer over de circulaire economie te weten te komen. En ook in het grondstofarme Japan zijn ze er ondertussen serieus mee bezig. Zo ontwikkelde het bouwbedrijf Kajima een nieuwe sloopmethode waarbij 99 procent van het staal en beton opnieuw te gebruiken is. Normaal ligt dat rond de 55 procent.

Het tekort aan grondstoffen lijkt een krachtig motief te zijn om de circulaire economie aan te wakkeren. Maar er is nog een goede reden om circulair te gaan: het leidt namelijk ook tot een milieuvriendelijkere manier van produceren. Daarom heeft China grote belangstelling voor de circulaire economie. Het land gaat gebukt onder hevige industriële vervuiling en zit met een gigantische hoeveelheid gevaarlijk afval. De nieuwe Chinese leiders hebben ecologische vooruitgang dan ook tot een hoofdpunt van hun beleid gebombardeerd, en dat biedt kansen.

De circulaire economie is dus een interessante optie om minder afhankelijk te zijn van grondstoffen of om schoner te produceren. Nu is het nog niet strikt noodzakelijk dat elk bedrijf circulair werkt, maar hoe zal dat in de toekomst gaan? Hoe meer circulair de wereld wordt, hoe minder grondstoffenschaarste én milieuvervuiling er dreigt. Het is een prettig vooruitzicht dat we de mogelijkheid hebben om evenveel producten te blijven maken en te gebruiken, maar met minder negatieve gevolgen. Misschien is het over tien jaar wel zover en lever je bij de supermarkt niet alleen je lege flessen in voor statiegeld, maar ook al je oude electronica en gadgets.

Ik schreef dit artikel in 2013 voor KIJK. Voor dit artikel sprak ik TNO-onderzoeker Ton Bastein en Industrieel Ecoloog Benjamin Sprecher. Het is mooi te zien dat de circulaire economie in Nederland een boost heeft gekregen door organisaties zoals Circle Economy en CIRCO.  Nederland is zelfs hard op weg om een circulaire hotspot te worden! 

 

Geen reactie's

Geef een reactie